Hoofdpijn

<Dit deel van de website is in aanbouw>

Hoofdpijn

Hoofdpijn is een probleem dat vrijwel iedereen op een bepaald moment in zijn leven wel ervaart. Het is een onaangename sensatie van pijn of ongemak in het hoofdgebied, variërend van licht tot hevig. Er zijn twee hoofdcategorieën van hoofdpijn: primaire en secundaire hoofdpijn. Daarnaast zijn er ook nog pijnlijke craniale neuropathieën (pijn door de hersenzenuwen) en andere aangezichtspijnen.

Primaire hoofdpijn is in het algemeen geen symptoom van een andere aandoening (op enkele uitzonderingen na). Voorbeelden hiervan zijn spanningshoofdpijn en migraine.

Secundaire hoofdpijn daarentegen is een symptoom van een ander, onderliggend gezondheidsprobleem, zoals een trauma of een infectie. Voorbeelden zijn hoofdpijn als gevolg van een hersenschudding of een hersenvliesontsteking respectievelijk.

Belangrijk is dat elke vorm van hoofdpijn zijn eigen specifieke behandeling vereist. Het is daarom essentieel de soort hoofdpijn correct te diagnosticeren, om zo de meest effectieve aanpak te bepalen.

Referentie

Headache Classification Committee of the International Headache Society. The International Classification of Headache Disorders, 3rd edition (beta version). Cephalalgia 2013;33:629-808.

Hoofdpijn in het algemeen

            Onderzoek bij niet-acute hoofdpijn

            >Wanneer een MRI- of CT-scan van het hoofd?

            >Wanneer welk bloedonderzoek?

            >Wanneer onderzoek van het hersenvocht?

            Algemene zaken t.a.v. hoofdpijn

            >Leefstijl

*

Onderzoek bij niet-acute hoofdpijn

>Wanneer een MRI- of CT-scan van het hoofd?

Een zorgvuldige anamnese (vraaggesprek) is het allerbelangrijkste deel van de neurologische consultatie bij patiënten met niet-acute hoofdpijn.

Als de anamnese past bij migraine en het neurologisch (lichamelijk) onderzoek normaal is, dan is er in het algemeen geen indicatie (reden) om een aanvullende MRI- of CT-scan van het hoofd te laten maken.

Dit is meestal ook zo bij spanningshoofdpijn met een normaal neurologisch onderzoek.

Als de anamnese niet strikt past bij de criteria voor migraine of spanningshoofdpijn, dan zijn er ruimere indicaties (meer redenen) voor een MRI- of CT-scan van het hoofd.

Daarnaast zijn er enkele adviezen wanneer ook een scan van het hoofd te overwegen is:

-als hoofdpijn toeneemt, verandert of nieuw en dagelijks is

-als het ergste hoofdpijn ooit is, zeker als deze plots is ontstaan

-als de hoofdpijn toeneemt of ontstaat bij inspanning/ hoesten/ drukken of als het (regelmatig) de slaap verstoort

-als de hoofdpijn past bij de criteria van een van de zogenaamde trigeminale autonome cefalalgieën

-als er bijzonderheden zijn t.a.v. de aura-verschijnselen bij migraine

-als hoofdpijn ontstaat bij patiënten met kanker of HIV

-als hoofdpijn voor het eerst ontstaat na de leeftijd van 50 jaar

-als hoofdpijn samengaat met epileptische aanvallen

-als het neurologisch onderzoek afwijkend is

-als er pas een hoofdtrauma is geweest (hier gelden ook aparte scan-criteria)

-als er zware bloedverdunners worden gebruikt

Referentie

Couturier EGM, Bomhof MAM, Gooskens RHJM, et al. Richtlijnen Diagnostiek en Behandeling Chronische Recidiverende Hoofdpijn zonder Neurologische Afwijkingen. 1e herziening, NVN 2007.

*

Onderzoek bij niet-acute hoofdpijn

>Wanneer welk bloedonderzoek?

Een zorgvuldige anamnese (vraaggesprek) is het allerbelangrijkste deel van de neurologische consultatie bij patiënten met niet-acute hoofdpijn. Meestal is geen bloedonderzoek nodig bij hoofdpijn in een ambulante praktijk, behalve bij de verdenking op sommige secundaire hoofdpijnen:

-Als hoofdpijn voor het eerst ontstaat boven de leeftijd van 50 jaar, worden best bepaalde ontstekingsstoffen (compleet bloedbeeld, bloedbezinking/sedimentatie en CRP) gecontroleerd.

-Als bepaalde bloedverdunners worden gebruikt, de zogenaamde Vitamine-K-antagonisten (zoals Acenocoumarol of Fenprocoumon), wordt best gecontroleerd hoe erg het bloed verdund is (INR).

-Ongeveer 30% van de patiënten met een te traag werkende schildklier (hypothyreoïdie), klaagt over hoofdpijn. Bij hypothyreoïdie wijken het TSH en FT4 in het bloed af.

-Een koolstofmonoxide(CO)–vergiftiging geeft meestal hoofdpijn als eerste symptoom. Zeker als meerdere mensen in hetzelfde huishouden gelijkaardige klachten (waaronder hoofdpijn, misselijkheid en duizeligheid) ontwikkelen, moet hieraan gedacht worden.

-Alleen als er een verdenking is op een bepaalde infectie- of auto-immuunziekte, kan deze ook in het bloed worden onderzocht.

-Er zijn maar enkele genetische afwijkingen geassocieerd met hoofdpijn (o.a. hemiplegische migraine, CADASIL, MELAS).

Voor de start of tijdens de behandeling met bepaalde medicijnen tegen hoofdpijn, kan het ook nodig zijn specifieke stoffen in het bloed te controleren. Welke stoffen dit zijn en hoe vaak deze gecontroleerd moeten worden, hangt af van het soort medicijn.

Referenties

Couturier EGM, Bomhof MAM, Gooskens RHJM, et al. Richtlijnen Diagnostiek en Behandeling Chronische Recidiverende Hoofdpijn zonder Neurologische Afwijkingen. 1e herziening, NVN 2007.

Donohoe CD. The role of laboratory testing in the evaluation of headache. Medical Clinics of North America 2013;97:217-224.

*

Onderzoek bij niet-acute hoofdpijn

>Wanneer onderzoek van het hersenvocht?

Een zorgvuldige anamnese (vraaggesprek) is het allerbelangrijkste deel van de neurologische consultatie bij patiënten met niet-acute hoofdpijn. Meestal is geen onderzoek nodig van de liquor cerebrospinalis (het hersenvocht) d.m.v. een lumbaalpunctie (ruggenprik) bij hoofdpijn vanuit een ambulante praktijk, overigens dan vaak nadat een scan van het hoofd verricht is. De enige uitzonderingen hierop zijn de verdenkingen op secundaire hoofdpijnen t.g.v.:

-Idiopathische intracraniële hypertensie (pseudotumor cerebri), waarbij de drukmeting van het hersenvocht verhoogd is.

-Chronische, aseptische meningitis (langdurig bestaande hersenvliesontsteking, waarbij geen bacteriële infectie kon/kan worden aangetoond), waarbij de celtelling in het hersenvocht verhoogd is.

Een lumbaalpunctie vindt vaker plaats in het ziekenhuis in de meer acutere settings, ook vaak nadat een scan van het hoofd is verricht, o.a. bij verdenkingen op:

-Cerebrale veneuze sinus trombose, waarbij de drukmeting van het hersenvocht ook verhoogd kan zijn.

-Subarachnoïdale bloedingen, waarbij dan wel een plotse hevige hoofdpijn minstens 12 uur en maximaal 2 weken ervoor is geweest en er in die tijdspanne nog bloedafbraakproducten in het hersenvocht kunnen worden aangetoond.

-Acute hersenvlies- en/of hersenontstekingen, waarbij o.a. de celtelling in het hersenvocht verhoogd is en waarbij de drukmeting van het hersenvocht ook verhoogd kan zijn; ook onderzoek van eiwit en glucose, specifieke kleuringen, culturen/kweken en specifieke polymerase chain reactions (PCR’s) kunnen hierbij worden ingezet.

Referentie

Donohoe CD. The role of laboratory testing in the evaluation of headache. Medical Clinics of North America 2013;97:217-224.

*

Algemene zaken t.a.v. hoofdpijn

>Leefstijl

Als stap vóór een medische behandeling van hoofdpijn, of parallel hieraan, is het goed stil te staan bij de eigen leefstijl. Een goede leefstijl vormt de basis waarop, indien nog nodig, de medische behandeling kan worden opgebouwd. Op kinderleeftijd en in de adolescentie is leefstijl nog eens extra van belang.

Als het over leefstijl gaat zijn er een aantal domeinen met bijbehorende basis adviezen:

-Eten & drinken:

>Drink voldoende (o.a. water) en beperk het gebruik van cafeïne houdende dranken

>Eet een volwaardig ontbijt, lunch en avondeten en sla geen maaltijden over

-Middelengebruik:

>Stop of start niet met roken

>Beperk  alcoholgebruik

>Stop of start niet met drugs

>Beperk het gebruik van pijnstillers voor hoofdpijn in aantal dagen per maand

>Wees alert op bijwerkingen van andere medicatie

-Schermgebruik:

>Beperk het schermgebruik (smartphone, iPad, videogames, tv, computer, etc.)

-Beweging:

>Beweeg voldoende en regelmatig (bv. wandelen)

-Slaap:

>Slaap regelmatig en voldoende (tenminste 8 uur/nacht)

>Mijd gebruik van cafeïne, alcohol en schermen een uur voor het slapen gaan

-Ontspanning:

>Doe regelmatig iets dat ontspant (bv. relaxatietherapie) / manage stress

-Sociale contacten:

>Zoek en onderhoud leuke sociale contacten (familie, vrienden, kennissen)

Referenties

www.jeleefstijlalsmedicijn.nl

Raucci U, Boni A, Evangelisti M, et al. Lifestyle modifications to help prevent headache at a developmental age. Frontiers in Neurology 2021;11:618375.